Deze uitleg behandelt huishoudelijke installaties. Raadpleeg het actuele AREI Boek 1, in het bijzonder 4.2.4.3.b. Uitvoeringsdatum, bestaande delen en bijzondere toepassingen bepalen welke voorschriften gelden.
Onder meer bij gewone contactdozen die niet voor vaste of vast opgestelde toestellen bestemd zijn, verlichting, ruimten met een bad of douche, en wasmachines, droogkasten en afwasmachines. Dit is geen algemene vrijstelling voor andere vaste toestellen: bijzondere voorschriften en fabrikantvoorwaarden blijven gelden.
Type A detecteert naast sinusvormige wisselfoutstromen ook pulserende gelijkfoutstromen. Type AC detecteert alleen sinusvormige wisselfoutstromen. Kies het vereiste type volgens het AREI, de mogelijke foutstromen en de toestelvoorschriften; Type A is niet automatisch geschikt voor iedere omvormer of laadpaal.
Onderafdeling 4.2.4.3.b beperkt de daar bedoelde bijkomende gevoelige differentieelbeveiliging tot acht eindstroombanen. De aardingsweerstand en bijzondere toepassingen kunnen extra eisen opleggen. Voor bestaande installaties kunnen afwijkingen gelden. Een praktische verdeling over meerdere groepen kan de gevolgen van een uitschakeling beperken, maar bewijst op zichzelf geen selectiviteit.
Aan het begin van een huishoudelijke installatie is differentieelbescherming met een aanspreekstroom van ten hoogste 300 mA vereist. De keuze van een selectieve uitvoering en de afstemming met onderliggende beveiligingen moeten worden beoordeeld; selectief is geen algemene verplichting voor iedere nieuwe woning.
Wat is een 30 mA differentieel?
Een differentieel detecteert verschilstroom en schakelt de voeding uit. Een gevoeligheid van 30 mA biedt aanvullende bescherming, maar is geen veilige aanraakstroom en sluit elektrocutie niet uit. Aarding en de overige beschermingsmaatregelen blijven nodig.
Wat is het verschil tussen Type A en Type AC?
Type A detecteert naast sinusvormige wisselfoutstromen ook pulserende gelijkfoutstromen. Type AC detecteert alleen sinusvormige wisselfoutstromen. Kies het vereiste type volgens het AREI, de mogelijke foutstromen en de toestelvoorschriften; Type A is niet automatisch geschikt voor iedere omvormer of laadpaal.
Hoeveel kringen mag ik op 1 differentieel zetten?
Onderafdeling 4.2.4.3.b beperkt de daar bedoelde bijkomende gevoelige differentieelbeveiliging tot acht eindstroombanen. De aardingsweerstand en bijzondere toepassingen kunnen extra eisen opleggen. Voor bestaande installaties kunnen afwijkingen gelden.
Wanneer gebruik je een 300 mA selectief differentieel?
Aan het begin van een huishoudelijke installatie is differentieelbescherming met een aanspreekstroom van ten hoogste 300 mA vereist. De keuze van een selectieve uitvoering en de afstemming met onderliggende beveiligingen moeten worden beoordeeld; selectief is geen algemene verplichting voor iedere nieuwe woning.